Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 91 --
Nu moet ick weder gaen trecken
Naer Spaengiën, al ist my swaer.
Veel «uilen my beghecken ,
Die anderen maecken misbaer,
Ick nammer soo menighen man van daer,
Om naar Brabant te trecken.
Zeer weynich brengh icker tot haer.
Dit antwoort sal ick gheven,
Ist dat my yemant vraecht:
De gheeji die niet en leven,'
Die zijn te laet beclaecht.
Veel zijnder 's winlers, van kou gcpIaecUt,
Die ander int veldt ghebleven,
Haer leven met strijdt ghewaecht.
Oorlof is best ghenomen.
Al eert nu valt te laet,
Duc macht hem wcl beromen,
Dat hy is wt die gaet;
tis wonder wat daer voor handen staet,
Spaengiaert, ghy meught wel schromen,
Ghy wacht een klcyne baet!
Ah'a's afschcidskontt
„Ick wil te land wtrijden,
Sprae daer de oude grijs.
Wie sal mij nu ten tijden,
Die paden maken wijs?
De wech valt mij so zwaren,
Die ick sal moeten gaen.
Het is bijna ses jaren.
Die icker quam van daen."
Wildy nu weer na Spaengiën,
Sprac daer een Cardinael,
So comt de Prins van Orangicn,
En maect ons papen cael;
Is nu de cruyn geschoren,
Men scheert ons 'theele hooft.