Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— so-
ll sclioone huyseu en casteden
Werden altcmet verstoort.
Gliij en .meucht u niet schoon wassen,
Al hadt ghij al *t water wt der zee,
Ghij leght ghevallen inder assen,
Beklaecht u ras als Ninive,
En laet u u sonden smarten,
Springht haest wt desen oort,
Üntfangt ons prins met blijder harten,
Of ghij suit noch worden verstoort.
Princelijck wil ickt u raden,
Ghij uytvercoren stadt.
Dat ghij valt in 's princen ghenaden,
Soo wori ghij niet meer bekladt;
En wilt niet mepr krackeelen.
Na Gods heyÜghe woorden spoort, ■
Soo moechdy met Hollant speelen.
Of glüj suit noch worden verstoort.
Alva*» beklag*
Due dAlve ben ick gheheeten,
Een man van booser aert,
Veel had ick my vermeten,
Mijn naem was wijdt vermaert,
Ghelijck een wolf de schapen bewaert,
Soo had ickse oock verbeten,
tis yeder gheopenbaert.
Over al soo ghinck ick setten
Mijn Spaengiaerts, hier int lant,
De Duytschen te verpletten.
Met zweerdt end oock met brant;
Bruyckten ick niet een quaet verstant?
Mijn zweerdt, dat ginck ick wetten
Op die edelsten van het lant.
Nu wast soo verde ghccomen,
Ick hadde mijn best ghedaen,
Vrymoedich sonder scluomen,
Soo deeden ick een vermacn,