Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 87 —
Wy comicn oock wcl haelen
Deu Hoocliduytsen man in het lant.
Ench, 0, Amsterdam ghepresen,
Laet doch sulck roemen staen,
Ghij moet bedroghen wesen,
Ghij hebbet u sclfs ghedaen,
Om dat ghij gaet versaecken
Uwen edel recht landtheer,
En stelt al u vermaecken,
In duc dAlve den vcrrcêr.
Amsi. Is due dAlve een verrader.
Wij kennen hem voor goet,
Daer isser noch wel quader,
Dacrmen mede te velde moet;
Nu willen wij zwijghen stille,
Laet varen dese twest,
Gebruyeket uwen wille.
Wij sullen doen ons best.
Vermaning aan Amsterdam,
Och Amsterdam, oeh Amsterdam,
Ghy zijt soo sehoonen steê ,
God is op u geworden gram,
Ghy soeckt niet dan onvree,
ITy wilt niet langher lijden,
Dat ghy zijn Christus dus vermoort,
Ku ende tot allen tijden,
Dies suldy noch wesen verstoort.
Wat moort hebdy ghebroirwen.
Noch en houwet ghy niet op,
Onder mannen en vrouwen,
Dus valt de straf op uwen cop;
Ghy hebtse doen ontlijven.
Die hier beleden Godes AYoort,
By vieren ende by vijven.
Dies suldy noch worden verstoort.