Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 85 --
Hadt ghy by ons willen bhjven,
Eer Duc voor Haerlem quam.
Dit rooven en dit branden,
En waer ons niet ghebeurt.
De croon van dese landen
Hadt ghy noch onghetreurt.
dmst. Ick en had u niet begheven,
O ghy, Enchuysen kocn,
Maer den coninck hadde gheschreven,
Dat ick dat moeste doen,
En oock om te besehermen
Het heylighe roomsehe rijck,
Al ist dat de landen dus verarmen,
Sy en hebben gheen ghelijck.
Ench. Die coninck van Hispaengiën
Zal oock ons coninck zijn,
Maer de prinee van Oraengiën
Onsen stadthouder fijn;
Met hem soo willen wy strijden,
Hy is een Christenman,
Godts woordt, tot desen tijden.
Dat nemen wy met hem au.
Amst. Wilt ghy den prins beminnen,
Hy en can u helpen niet.
Dus wilt u wel versinnen.
Of u naeckt noch verdriet;
Aenmerckt Haerlem die stede,
Hoe sy ghevaren is,
En noch wel ander mede,
Wy zijn u veel te fris.
Euch. Dat ghij dees hebt ghewonnen,
Het coempt al anders by,
Ghij hebt altijdt beghonnen
Met u verraderij,
tWeIck u papen en cardinalen
Hebben seer fraey gheleert,
Maer hiernaer suit ghij 't betalen,
Soo verre ghij niet bekeert.
A/nst. Hoe souden wy anders ghelooven.