Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 32 —
1309.
Bijgeloof.
Men screef mcceviij ende den.
Doe brandde men der zieken menich een;
De lieden wouden zy vergheven,
Daeromme worden zy verdreven.
[„Int jaer ons Heeren siij^ ende ix, so werden overal
ghebrant de besieete lieden, ende haddent ingheset overal
tvolc te vergheven." In de vlaamsche kronyken daareote-
gen: „Int iaer mcce ende ix, soe was bevonden dat de
beziectc lieden vermiedt waren van de Zarrazynen, by mid-
dele van den Joden, dat sy fenijn souden werpen in de
fonteinen ende stuende wateren, in kerstenheden; alsoe sy
deden, daer af vele lieden storven. Dit wert bevonden ende
daeromme so worden, al Vranckeryke door, debéziecte lie-
den ghebarrent."]
131S.
(CVCVLLVM).
Dusent drie hondert ende vijftien.
Mocht men jammer vau hongher zien
Neemt van eenre Meesen thooft,
Ende van drien Crayen, des ghelooft,
Ende thooft van drien Viueken,
Daer machdi dier tyt by ghedincken.
1 „Dese hongher ofte plaghe was also groot, dat die arme broodiid-
ders storven nonder getal, in velden , in bosscben, ende in wouden, ende
men groet haer doode lichamen in den velde, waer mcnse vaiit sonder
Icerckelycke uitvaart of bejanghenisse,---men vant dïcwijl leggheu
kynder ende socken hoere moeder dode borsten , ende hadden haer die
spenen afgeknaven. Mer die meeste pine des houghers was ia deu iaer
ons Heeren ClOCCC ende XV." (Beka>