Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 77 —
En vcrradery te brouwen,
Hoe dat wy Hal ontfouwen;
Ten mach ons niet bestaen,
Wy moghen ons hooft wel klouwen, —
Eylaes 't is al ghedaen.
Due dAlve, lieven manne.
Met ai u spaensche knechten,
Langher isser gheen hopen anne,
Wy vallen heel vande plechten,
Wy moghent niet wt rechten,
Wy connent niet afslaen,
Den Geus, die kan mee vechten, —
Eylaes , 't is al ghedaen.
O paus, O heylighe vader,
Met allen u cardinalen,
U kinderen allegader
Moeten achter lande dwalen;
Ocli, hoe pleghen sy te pralen,
Nu neempt men haer ghevaên,
Zy moeten H ghelach betalen! —
Eylaes, 't is al ghedaen.
"^Oorlof, aÜact en cassen ,
Adieu, vesper en missen,
Daer wy p eghen af te brassen,
Dat gaet nu wt ons gissen,
tVaghevyer gaen sy wt pissen,
Zy werpen ons offer nae de maen.
Ons visserij wil niet meer vissen, -r—
Eylaes, 't is al ghedaen.
Oe slag op de Zuiderzee.
L
Een liet sal ick u singhen.
Hoort toe man eu vrou,