Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 75 —
Al de kaussen loopen ons misse,
Daer wy ons in verblijden,
Wy meynden Alekmaer te cryghen wisse,
Don Erederick moest ontrijden,
Hy dede, ten selven tijden.
Tot Haerlem groote moort,
Daerom wilde Godt uiet lijden.
Dat Alekmaer worde verstoort.
Met den prince deden wy jocken,
Wy spraecken tot zijnder schänden.
Dat hy liep met zwavel-stocken,
Graef Lodewijck met spil-mandcn;
Die spillen comen te handen,
tis ons een quade lens.
Die zwavelstocken branden.
Den reuck slaet ons inden neus.
O lacy, wy waren seer blijde-,
Te Delft al binnen der steden,
Wy deden mis, wy hielden hoochüjdc,
Tc Paesschen nu lestlcden;
Naer onse oude zeden.
Hadden wy 'tverraet bedocht,
Daerom worden wy vertreden,
Onse dinghen te niete ghebrocht.
tAmsterdam binnen de mueren,
Daer souden wy ons wel spoeyen,
Daer is een magher schuere,
Ons renten willen nict vloeycn;
Op de galleyen tc roeyen,
Ende eten garsten-broot,
Daer af souden wy niet groeyeu.
Den arbeydt is te groot.
Koomsch klaaglledjeii.
Wy monnicken cn papen,
AVy gheestelicke heeren,
]Met allen onse knapen,
Wy uiocten sparen leeren,