Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 73 —
Met haer fluweele broecken,
Gaen zij de meyskens besoecken,
Maer wat daer onder sehuylt,
tZijn haer pockige doeeken.
Het gasthuys sy versoecken,
Van binnen zijn sy vervnyit.
In Spangiën en zijnt maer fielen,
zy loopen met kackhielen,
Al zijnse hier groot geacht,
Van Inysen ist, datse krielen,
tZijn moordenaers der zielen ,
Gespnys om vollen d' gracht.
Vijgh-korven eonnen zy breyen,
Eanexkens eonnen sy leyen,
Wijngaert snijden onder d' cerd ,
Dan lotert haer de keyen ^
En sy gaen haer vermeyen,
Spanseren op een peert.
Zy willen om ons geloove,
Dees landen heel berooven.
Als duc dAlve haer doet verstaen,
Maer God al van hier boven,
Diemen altijd moet loven.
Zal haerlicn noch verslaen.
Gy, ouden grijs, duc dAlve ,
Hebdy nu niet meer zalve.
Of zydy genoeg gesmeert?
Ghy zijt ten heelen noch ten halveu.
De koe wil niet meer kalven,
tWelc uwen paus seer deert.
En gy, duc dAlvens soone,
Boosheyt zijt ghy gewoone.
Om dat ghy hebt vermoort
So menigen persoone,
Waerom God, wten troone.
Op u is seer ghestoort.
O, prince van Oraeugiën,
Edel vorst wt Almaengiën,