Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 72 —
Hertoeh Oolof i wilt 't vaendel vellen.
Magherkol, ghy die placht int velt.
Den duyvel te dienen om ghelt,
Schouweuhorch 2 bracht specken 3 by hoopen.
Nu tgelt op is, nu gaense loopen.
Een troost is voor my noch opt lest:
Die spaensche Saneten helpen best.
Die wil ick dienen fallen daghen,
Zy helpen my van alle plaghen:
Seignora de Valedolijt,
Maect my doch dese Geusen quijt,
Seignora de Milagres coene.
Want zy maeckeu my veel te doene.
Seianora de Mocerat milt.
Een helm met eenen gulden schildt,
Meught ghy te danck van my verwerven,
Laet my in Spaengiën rustich sterven.
Prinslijke ridder Sanct Jago,
Seignora Samt Telem,
U beveel ik lijf en ziel tsamen;
Alle catholijckeu spreeckt Amen!
1 Adolf van Holstein.
2 Graal Joost van Schouwenburg, zie I. bl» 343*
3 Schimimaam der spaanscho soldaten.
AIva*8 jammer*
Wat seyt men nu van duc dAlve?
De boter geit vier en halve,
Is dat niet veel te dier?
O prince van Orangiën,
Duc dAlf sal moeten na Spaengiën,
Hoe sal hy comcn van hier?
Wat seyt men van de spechten.
Het zijn duc dAlvens knechten,
Ruydich, rappich en zeer,
Tegen d' onnoosele slechten,
Willen zij sterck gaen vechten,
Schoorsteenvegers sonder loer.