Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 31 —
van Avenues (den broeder'szoon van graaf Jan II); bij
nacht overvallen, kwamen er 3000 hunner in het gevecht
om, of vonden den dood in de golven. De bisschop werd
gevangen en door Wijt naar Vlaanderen gezonden. Deze
zette daarop zijn zegevierenden tocht voort, totdat hij,
daarin alleen te Dordrecht gestuit, naar Utrecht trok oni
er de bisschoppelijke zaken te regelen; daarop echter werd
zijn leger, in den beroemden slag aan het Manpad, door
AVitte van liacmstede ^, geheel verslagen, en hy zelf ijlde
van Utrecht naar Zierikzee, waarheen ook Ilaemstede, na
dc verovering van ISehoonhoveu, trok, en het zoo goed
verdedigde, dat alle Wijts aanvallen vruchteloos bleven.
Den lO^ie*^ daarop behaalde de hollandsche vloot ecu
schitterenden zege op de vlaamsche. „ Die Vlamiughe weer-
den hem harde stouleliken eenen dach ende eenen geheelea
nacht. Maer dat breken der glavyen ende dat gheclauc der
zweerden, dat gheluut van dcji helmen, dat werpen van den
steenen, dat knappen van den armborsten was so groot,
ende dat gheruclite der vechters, dat ment hoorde bescee-
delie over iiij milen; ende ten lesten worden die Vlaminge
so zeere vermoyt, dat sy hen lieten van de Hollanders
dootslaen, ende werpen in den stroom 2. Des couinx (van
Frankrijk) ammiraal (de Italiaan Giimaldi door FiUps ge-
zonden) vinc den grave Ghyen in 't leste van den stride,
daer die eersaem vader, die bisscliop Ghye van Utrecht,
mede verlost wart, uut syne vanghenesse, ende men gaf
den eenen Ghye om den anderen. Item, van deser groter
zeghe, die dees Willem verereghen hadde, so verblide hem.
zijn vader, de grave Jan van Heuegouwe, loofde en danetc
Gode dusentichfout, ende cort daeriia (22 Aug.) ruste hy
in Gode." (Oude kroniek in uittreksels van Willems, Belg.
Mus. 18-10. 2. Verg, den klerk der lage landen bl, 199 v.)
1 „Heer Witte \an Hacm.slede, die graef Flori« bastacrtsone -was,
quam ut Zienxzce mit ceiion hoecliocl , etidc scÜdc buten omrae , ende
quam an tot Santvooixl, ende <{uani hinnen Haai lem : daer vielen hein
by die Caimerlaeri (Keniiemers) alle; ende ontwaut .sijn slandaeit, daor
cencn roeden leeuwe in slont mit oenen blauvscn bastoene? doo riepen
sy alle, man ende-wijf": God liebt danc, die ous dil bluet van Hollant
beeil toegesant, ende togben aiie mit hem \vt ende slogen de Vlamingen
ende verjaechdse, waer dat .sy .se beliggbcu mocblen tot Loydea toe."
(Koile kron. achter die van den klerk der lage landen, bl. 212).
2 Daaronder Willem vaii Gulik (zic boven op den slag der gouden
spoien.]