Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
~
Don Fadriqiies klaelii.
„ Eylacen ick mach wel claghen,
Tot u, 0 mijn oude vaer,
Hoe sal ick moghen verdraghen.
Dit bitter lijden zwaer T
Met beven ende schromen,
Claghe ick u mijn verdriet.
Dat ick in Hollant ben gheeomen,
God verderf hem diet my riet!
Niemandt derf ick dit wijten,
Dan u, stede van Amsterdam ,
Ghij dedet niet dan roepen en krijten,
Tot dat ick in Hollandt quam,
Daerop soo quam ick loeren,
Op u belofte certeyn,
tEn was niet dan der Geusen voeren,
Soo ghij seght, haer macht is kleyn.
Ick betroude dat, door raet der papen;
Mij dat is nu misluckt,
Het bedde daer ick meende te slapen,
Is mij nu ooek ontruckt;
Van Rammekens moest ick rnymen ^,
Dat maeckt mij 'thart seer bangb.
Ter Muycu 2 meynden wij tc sluymen,
Maer waren daer ooek veel te langh.
Mijn beloften achten sij eleyn van waerden,
Mijn boosheyt een yegelick ruyckt,
Die ick al binnen Naerden,
En te Haerlem beb ghebruyckt;
Daerom zy malcanderen zweeren,
Eu doen my wederstoot,
Zy spreken: laet ons dapperlick wecren,
Wy en moghen niet quader dan doot.
1st dat ick wt Hollant moet wijckeu,
En Zeelant met schänden vcrlaet,
Uammelcßns was In Augustus door Karei van Boisot vei rast,
A »«tt (« 1 /f AM
2 Arnemuiclen.