Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 68 —
Wy meenden hen soo te foekcn.
Alle daghe om een tocht;
Eerst op den boer van Schagen
Hadden wy ons tanden ghewet,
Eylaes, wy moghen wel claghen,
Daer creghen wy thooft vol slaghen.
Dat is den buyt die wy creghen te met.
Schagen, ghy zijt de principale,
Die ons dit le^ aendoct,
Wy meenden provande te halen.
Al wt het Noorderlant soet,
Maer ghy doet ons keeren.
Met Warmenhuysen soo fel,
Wanneer wy voor Alckmaer triumphereu,
Wy sullent u dan wel leeren,
Dat ghy ons dus zijt rebel.
Van hongher zullen wy verdwijnen,
Crijghen wy niet het Noorderlant,
Wy loopen als de swijnen,
Swerven aen elcken kant.
Om wortelen en ajuyen.
Den hongher hebben wy soo groot,
Wt Noorden noch wt Zuyen,
Compter wat voor ons crijchsluyen,
Twaelf stuyvers soo gelter een broot.
O Craenhals ghy hebt ons bedrogheu,
Dat ghy ons voor Alckmaer brocht!
IJ raet is niet dan logheu.
Dat hebben wy nu besocht;
Ghy beloofdet ons alsoo fiere,
Alckmaer te crijghen in een weeck,
Met al dees uoorder quartieren,
Maer 'tgaet ons over stieren,
U compas dat mist een streeck.
1 Sebastiaan Craenbals, Fadriques raadsman, dien gene ook bij 't
einde van 't beleg -wilde „persuaderen, dat het water hem niet en koude
deeren" (Bor). In 1577 was hij, als Schout van Haarlem, onder de af-
gevaardigden lot Oranje, en werd iu hel najaar, landdrost geworden , op
hofstede tc Bergen door spaansche soldaten vermoord.