Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G5 --
Hacr schieteu heeft ons weynich vervaert.
Want niemant en heeft zijn leven gespaert.
Om watse afschoten weder te maken;
tGeleeck een mirakel, 't sij n verclaert,
Dat de wallen so weynich braken.
Daer quamen sij in slaehorden gereet,,
Siende ais bloetgierige leeuwen wreet.
Ons op vier oorden bevechten,
Tc schepe ende over bruggen breet.
En veel leeren sachmense oprechten.
Die stormen gingen seer vreesselijck an.
Nochtans cn treurder wijf, kint, noch man,
Maer elck sachmen hem ter weere voegen,
"Vier en heete pis brochten de vrouwen au,
Soo dat wijso viermael afsloegen.
Vanden drycn tot dat het duister was,
Geduerde haer stormen opfc selve pas,
Vele spiessen ontstucken kloncken,
Eu men stackse ter muercn af also ras>
Dat vele inde vesten verdroncken.
Twee dagen daerna, verstaet tbediet,
Maeckten zy weder een nieu geschiet,
Diet hoorde mocht zijn verwondert.
Met twintich stucken, al hielpt haer niet.
Schoten meer dan seven-hondert.
Om stormen met macht sachmense staeu,
Maer wat hun deerde, zy wilden niet aen.
God hadde haer kloeekheid benomen.
Wat men de bevelhebbers sacht steken en slaen,
Aent stormen wilden zy niet comen
Don Eredric siende tvolck so versaecht,
Heeft na een getrou verrader gejaecht,.
Dies Noirkarmen, Vitelle hem rieden,
Dat dry gevangens souden worden gevraccht.
Of Iiaer een de stadt wilde gaen bespieden.
1 „De ofiicieren deden hun plicht, maar de soldaten wilden niet
voortgaan; het waren Spanjaarts van de oude eu van de onlangs uit
Italië gekomen henden; meu moest het sein lot den aftocht geven , om
wanorde te vermijden.'' Alva aau deu Kou. 22 Sept. Hij brengt dat echter
tot den 18den.
IL 5