Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— G4 —
Doe quam Steenbach als een heraut.
Hij zeyd*: u stadt is nu benaut,
AVilt behouden 't lijf, 't goet overgeven ,
Maer hij wert gehoort als een rabbaut.
En raet klooten vande stadt ghedreven ^
Als dit den Overste heeft verstaen.
Zoo heeft hij fluex een bevel ghedaen,
Dat burghers noch soldaten eu souden,
Wt vreese van te worden verraen,
Met den vijant sprake houden.
Een loose vrouwe was soo bedacht,
De stadt te branden op eender nacht,
Soomen meu ons meende te overvallen,
Want sij hoorde den vijant met grooter macht.
Tegen ons schieten onder dc wallen.
Daerna dede maken Don Erederijk
Menighe schans, seer autentijek,
Dicht onder de alckmaersche muren,
Zij en hadden gedreck van water noch slijck,
Dat deed die Spaengiaerts trueren.
Die papouwen wrochten met gewelt,
En hebben 't geschut voor de stadt gestelt,
Wel tot twintich groote stucken.
Zij dochten de mueren haest te hebben gevelt,
Maer God sachment anders beschicken.
Den achtienden van September fris 2,
Van smorgens tot den dry uren, is
Op Alckmaer gheschoten,
Met twintich stucken seffens gewis.
Twee duysent e;i derlich schoten,
1 „ Steiubachsclirijfl Alva ,,het hoofd der DuUschers, die Ifaar-
Icm verdedigden, die door Don Fadrique, op *ijn woord en dat der
kolonels Fronsberg en Eberstein tnedegenomen was, zeide dat hQ den be-
velhebber der stad kende , en bood aan met hem te gaan spreken. Men
nam dat aan , en zond een trommelslager met hem om de slad op te
eischen (25 Aug.*). Het andwoord, door de belegerden gegeven, bestond
in eenige geweerschoten en den scheldnaam vaa verrader." (Cor/', de.
Phil IL II. p. 401).
2 ,,Steenen, brandende hoepen, heete pekel, heete pis, heete wa-
peling, heet kalkwater, heete oly, gesmolteu lood, gestooten glas of
gruis, lang stroo, brandende bezemen met lange stocken , en meer stoffen
daartoe dienende, twelck de vrouwen en kloeke jonge maagden cn kin-
deren aanbrachten." (^Ooggt-t.")