Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 63 —
Van Papou, Geusen, elck maeckte hem voort,
En steldcnt op een vluchten.
Binn'dat wy ter poorten zijn ingherocht.
De Spaengjaerts hadden self de stadt ghedocht
In te cr^ghen naer haer beghecrte,
Maer hebben haest ons schutten ghebroeht,
Teghen haer op schut-gheveerte.
Wy dreven de Spaengjaerts van der hant,
En hebben ons voorsteden afghebrant.
Stellende op God ons vertrouwen.
Die stadt lach open aen elcken kant.
Die wy liucx ginglien opbouwen. ^
De Spaengjaerts siende eleyn bescheet
Die stadt te crijghen, 't mocht haer zijn leet.
Dien aenslach konde haer niet baten,
Veel was haer belooft, maer weynich gorcet 2,
Dies zy de stadt moesten verlaten.
Als de vyant nu vertroekeu was.
De burgers quamen weer thuys seer ras,
Elck excuseerde hem te degen.
Dies burghers, soldaten, op 'tselve pas.
Vriendschap met den anderen verereghen.
Den eenentwintichstcn daernaer
Van Augusto, al vielt de Geusen zwaer,
Quam due dAlfs ganscho armeye,
Eu beley met ruyters en kuechtcn, daer
Om Alckmaer, de gansche eoutreye.
De vijant opt zijne niet en sliep,
Ten eersten de schans op Tonne alliep
En heeft zijn aenslaghen listieh begonnen:
Ooek sommighe van hen tot den onsen riep:
Geus! u stadt ia ons ghewonnen.
1 ,, Alkmaer" zegt Mend. (^Comm. p. 216) ,, is een klein sladjen met
een breede en diepe gracht; en hoewel het iu den aanvang van den
oorlog open lag, hebben de opstandelingen, van de ligging en de gracht
gebruik makende, het zoo versterkt dat zy het tot een vesting maakten,
die zich verdedigen Het."
2 „ Alkmaar had eerst gezegd dat het garnizoen wou innemen, maar loen
Noircarmes met zijoe troepen kwam, kregen de slechlgeziuden de over-
hand." Alva (^Corr.de Pfdl. II. II. 393).
3 De Tonneschans werd eerst den 24sten Aug. veroverd. {Oogget»)