Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
Deu twiutigstcu dag derzei ver maaut,
Quameu zy weder aau de wallen,
Zy gingen in drie slagordren slaan
Recht of zy wouden aanvallen;
Maar God maakte hun versaagt en bloodt,
Soo dat zy vreesden voor de doodt.
Hierom zoo weken zy allen.
Doen het Amsterdammer kermis was
Zoo nooden die van binnen hen te gaste.
En spraken: wy kooken op dit pas
Dat gy op een vrydag braste;
Want pis en kalkwater stond daar heet.
De ziedende oly ter kennis gereedt.
Maar de Spanjaarts wouden liever vasten.
Daer was ook menig maagt en wyf
Van harten alzoo vroome,
Verwensten de kleederen van haar lyf.
Dat de Spanjaards zouden aankomen;
Zy waren daarop wel gemoedt
Haer herten verlangden na 't spaansche bloedt.
Maar de Spanjaarts begosten te schromen.
Zy noemden de stad ecn vuilnis-kuil.
Door schimpen en verachten,
Maar velen kregen dit stof in hun muil
Dat zy van de rook versmachten, ^
De anderen zijn met schande te rugge gekeert
Voor Alkmaer hebben zy stormen geleert.
Dat ziju hunne groote krachten.
Oorlof, die daar in Alkmaer sijn,
Dc Heer hceft synen segen
Gegeven nu op dit termijn.
Door sijnen grooten regen,
1 ,,20 Sept. als zij meenden amsleidamsche kermis binnen der stad
te houden." (Aant. van een ooggetuige). — „Maar zij quamen niet aau ,
ende verwachteu den storm van oogenblik tot oogenblik, xijude de ste-
delingen zoo wcl^moedt, dat eenigo gezongen hebben den zesden eu
zes-en«derligsten Psalm van David, en over de borstwering geroepen
hebben: ja, komt aan, uw kermiskost is al gereed, en hebl>en huu
vijanden ook dikmaals een half glas biei toegedronken, en riepen, iij
louden 't komen halen." (Aldaar),