Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -53 —
Don Frederick, die wreede tyran.
Met al zijn Spaengiaerts en gheselioren,
Zy quamen daer voor Alekmaer aen,
En meynden iu te gaen,
Maer zy moesten buyten staen,
Haer meeningh was verloren.
De burgers van Haerlem hij mee brocht,
Moesten daer pionieren;
Zij zijn daer alsoo wel besoeht,
Zij haddent niet ghedocht.
Met de doot elck meest becocht.
Het was quaet avontuere.
September achtien wilt verstaen,
Omtrent ten vier uren,
Met 24 metale stuckeu wel ghelaen,
Al om te schieten saen,
Alekmaer heeft liaer ontfaen,
Dat zij 't moesten besueren.
Met tien duysent mannen quamen sy rat,
En meynden Alekmaer te beslechten,
Schoten haer soo dapper aen d* een zyde plat,
Zij maeekten aldaer een gat,
Menich Spaengiaert doen aentrat.
Om Alekmaer te bevechten i.
Een brug hadden sy gemaect seer wel.
Om over de gracht te loopen,
Maer sy ghinck te gronde alsoo snel,
Eu was te cort, hoort mijn vertel:
De borghers als leeuwen fel,
Smeten haer doot met hoopen.
tKermen en krijten was soo groot.
Al vande papen-kncchten,
Dry groote heeren daar bleven doot
1 Ecn niet minder levendige beschrijving van dezen slorm cn lijne
kloeke (gallardamente) afwering» te lang om hier over te nemen, vindt
m n bij Meodofa, Comin.p. 218. Verg. verder lager. — Hoe men in het
spaansche leger daarbij met gebrek aau tucht tc kampen had leert oa»
Alva, Corr. de Phil. If, II. p. 412.
2 Mendo^a noemt de kapiteins Nunet de Caravagal , Oiego Poiez, eu
niego Felizes, „en zoo vele oflicieren", zegt hij, ,,dal ik ze kortheids-
halve niet noem." p. 219,