Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 29 —
Okt. 1502.
\iiry.
Pugit dc Vitria rcx aniioi tiirpe sequenti
Et dc Samaria par Syro fuit fiigienti;
Ciui mimqnam fugerc novit, i'ugitivus habetur;
Tacta metu faccre cursus auus aegra docetur.
1 mcusi?
[„Och! wat jammere was doen in Vrankryke," zegt de
vlaamsche kroniekschrijver, „als de coninc Philips hoerde
dat al die edele verslcgheu waren;" hij liet zich echter niet
afschrikken, maar „om hem te wrekene op de Vlaminghen,
hy beval al Vrankcryke doe, dat alle ambachtslieden sou-
den wapenen loepen ende comcn te Parys, ende de coninc
quam met al dien volke te Vytry, als om Vlaenderen te
destrueerne." Filips' leger was verre van het verslagene in
moed en ondervinding te evenaren, en daar ook de Vla-
mingen den strijd schenen te vermijden, brak gene reeds
in het begin van Wijnmaand zijn leger op; hetzij uit ge-
brek van levensmiddelen, hetzij, naar de gedachte der
vlaamsche rijmers en der kronieken, uit vrees voor lijfs-
behoud; want „siende," zeggen dezen met niet weinig
zelfgevoel, „ de Vlaminghen alle ghewapent als ridders —
want sy hadden te Groeninghen plentheid vercreghen van
al dat hem in orloghen behoeven mochte te draghene—ende
sijn volc qualyken ende aermelyken ghewapent, hy lüef op
sijn heere, dede tenten ende pauwellioenen vellen, ende
trac weder te Parijswaert/^]
1304, 1305.
Siag by Pevelle (noiis-eii-Puelle) ; Vrede met
Frank rijk.
Ad Montes rursum rex Pabulae lilia duxit.
Ejus in occursu Ico niger cum grege fluxit,
Verbera mox dira longo certamine dantur;
lies nova, res mira! partes utraequc fugantur.