Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -46 —
Hoe soudeu \vy eonneii gheveeiitea.
Hier leyler wel alsoo veolc dood;
tis al, potz marter, potz lijden, acn allen oort.
Heeft ons de duyvel in Hollant ghevoert;
Och, ten helpet pijpen noch trommen,
Als die Hollanders beginnen te coramcn.
Een borgher van Haerlem ghepresen.
Heeft in due dAlvens legher ghevoert
Vijfthien hollantsehe ghevalste keseu.
Die daer af aten die bleven al doot;
Een Spaengjaert vraechde hem met der spoot.
Van waer brengdy dese kasen goet.
Van Amsterdam mijn goede seignoeren.
De Spaengjaert sprac: wilt ons t' Amsterdam voeren.
't Ghebeurde des avonds laeten,
Wolden die Spacngjaerts schampen daer van,
Daer quamen seven spaensche soldaten,
Zy dwonghen desen goeden man.
Dat hyse moest voeren nae Amsterdam,
Die twee hadden gulden ketens an,
Dje voerman heeft een mijl of twee omgereden,
Hy brochtse te Haerlem binnen der steden.
Doe sy te Haerlem quamen,
Die vrouwen riepen al even dol:
Hier comen seven heylighe mannen.
Het isser effen een galghe vol;
Die Spaengiaerts cregen soo menighen sol,
Zy schudden haer eers, sy crauden haer bol,
sMorgens sach mense hanghen proneken.
De borgers den voerman een goude keten sehoncken.
Oorlof, ghy Christenen verheven.
Bidt voor ons Hollanders cleyn en groot.
Dat ons Godt victory wil gheven,
Teghen onse vyanden verwoet;
Wy willen nu strijden tot in den doot.
Al sterven wy dan al om Gods woort,
Soo bidden wy Christum ghepresen.
Dat hy ons ziel vil ghenadich wesen.