Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -43 —
Haer halve jonghen ziju nae Berghen geweken
Daer is de Worst, met aller macht,
Dc jonghe katten nacghestreken.
]Nu raedc ick alien katten stout.
Dat sy nict meer cn comen soo Lout,
Om de worsten te verslinden.
Want sy ziju daer de katten te sout.
Dat sullen sy wel bevinden.
Haarlem«
i,
O God van hemelrijcke,
Siet doch neder iut acrtsche dal.
Op u kindren alghelijckc.
Die hier bcdruckt ziju, overal.
Van den duc dAlve met wreeden geschal,
Hy vervolcht dc Christnen groot cn smal;
Voor Haerlem, buyten der stede,
Daer leyt hy mot grooten onvrede.
Hy sant dry posten ghetrouwen
Voor Haerlem, die stede vaillant.
Of sy de stadt opgheven wouwen.
Van sconings weghen in zijner haut.
Of wy eysschen de stadt te zweert en te brant;
Soo wy die winnen met stormenderhant,
En salder niemant houden zijn leven.
Wilt u in onser ghenaden ^evcn.
Doe sprack een borgher van waerden:
Wy hebben wel van zijn ghenade ghehoort.
Al aen die schamel borgliers van Naerden,
Die alsoo deerlijk zijn vermoort:
Mans, vrouwen, kinders, meu slocclisc al dood.
De borgers van Zutphen deen open de poort.