Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -41 —
des Princcu volck verovert, sulx datter ses groote schepen
verovert en naer Vlissingen gevoert werden; evenwel heeft
Sanchio Davila de stede van Middelburg voor die reise eens-
deels geproviandeerd, hoewel met seer groote schade eu
verlies/' Bor, J. bl. 433. ^
Ewout Pz. werd niet lang daarna ziek en stierf naar
't schijnt op Pinkstcrnacht (9-10 Mei) {Corresp. de PhiLIL
II. 358 aant,)\ hij werd als amiraal van Zeeland opge-
volgd door Bouwen Ewouts, in wiens plaats later Boisot
kwam.]
"Wie wil hooren een nieuw liedt.
Wat int jaer dryentseventich is geschiet.
Hoort toe ick salt u verclaren.
Van die Antwerpers, hoort mijn bediet,
Hoe dat sy zijn ghevaren.
Die Spaengjaerts hebben ghelt wtghesant.
Int Sticht van Bremen wcl bekant,
Dit hebben die Bremers vernomen,
Twee croonen gaf men daer op de hant.
Al om tAntwerpen te comen.
Dit heeft verhoort een capiteyn vaillant.
Tu Zeelant is hy wel bekant.
Te Vlissinghcn binnen der steden,
Hy is ghetoghen in Brabant,
Aldaer hy quam met vreden.
Hy quam tAntwerpen aen het laut.
Als bootsman, soo was hy onbekant,
Hy heeft maentgelt ghecreghen.
Al op den ammk-ael vaillant,
Hoort wat hy hceft bedreven.
Die Antwerpers waren wel bedacht.
Met de Spaengjaerts seer hooch van pracht,
Tsestich schepen sy daer toeaisten,
Daermede tc comen in Zeelant,
Het moest haer wel ghelusten.
Dc schepen, die waren nu toeglicrust.
Met vijflioudert metale stucken, met lust,
Alsoomcn mochte acnschouwcn.