Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -33 —
Och, vroukcii! ick heb my soo bedocht,
Allceu moet ick u wat sprecckeu.
Dccs sonden, die acht den paus soo slecht,
Dacrom ghebiet hy zijn giiesehoren dreck,
Dat is den mensche der sonden;
Daer Siate Paulus af heeft ghesccht.
Dat wort nu al bevonden.
Dit is den rechten Antikerst,
Die 't bioedich zweet den armen wtperst,
Met bannen ende met jaghen;
Nu is hy ghevallen dat hy barst,
Godt cn wilt niet langher verdraghen,
Ick bidde u, vader ghebenedijt.
Dat ghy hem doch ghenadich zijt.
En wilt hem gracy gheven.
Dat hy zijn sonden noch eens bclijt,
Eu eeuwich mot u mach leven.
Papcn-klaelit.
Öfter yemant vraechde hoe hen ik hefaemi,
Der papen clagher hen ik ghenaemt.
Hoe seer sietmen nu dalen
Ons pauslijck roomsehe rijck ï
Bisschoppen cn cardinalen,
Papen en monnicken, alle ghelijck,
Wy vallen tot den ooren int slijck.
Wie sal ons weder oprechten,
Want onse knechten nemen de wijck.
Dies moghen wy wel krijten,
Suchten, ende claghcn sscr.
Ons kerck, met haer profijten.
Willen sy nu trecken ter neer;
Zy vallen vast acn, hoe langher hoe meer,
Die nu de nappen draghen,
Sonder vcrtraghen, trecken om veer.
II. 3