Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -23 —
Dc niissc wordt nu int vagevycr begraven,
Lof, omganc, nocii bevaert, niets en wortcr gespaert.
Den prins van Oraengien weest ghehoorzanie,
Graelf Lodewijek, d'edel bloet. God geeft hem nu voorspoet,
Zy zijn tot den crijgh nu seer bcquame.
Dien u so woeden doet d'Alfs tyranny verwoet.
III>
[Tot meerder geneuchte den bekenden ijveraar van Brugge,
Broer Cornelis, in dén mond gelegd.]
Ay, duc dAlfse giericheit wat hebdy ghcbrouwen,
In dese Nederlautse landouwen, seer abondant? —
J^a! ja, heb iet niet wel geseyt, gy mannen eu vrouwen.
Dat desen tienden penninc ons 'thooft sou doen clouwen,
En brengen ons alle dc Geusen int laut ? —
Ja, wat sullen wy doen goey licn? ic gerieke brant;
tJs best dat hem elck met de Geusen kecre,
Wel is waer, zy zijn in een misverstant,
Maer wy sullen wel accordeeren inde leere,
"W"aut zy houden den coninek voor haren heere,
Al ist dat sy verfoeyen dc Babelsche bruyt; —
Kocpt: vive le Geus! cn de Spaengiaerts wt!
Ey, Spaengiaerts, Spaengiaerts! ist nu niet wel gherooft,
Dat ons cappc wordt gelooft, eu moeten Geusen bctlijcn.
Ja maer ba, wie sou dat hebben gelooft,
Dat de veranderinge sou u vallen over thooft,
Eu dat so veel steden souden voor de Geusen strijen!
Daerom ist sotheyt hem te verblijen,
AVant die vore lacht, dickwil namaels schrcyt.
Och, mogen ons baerdcu eu cruyucn groeyen hi tijen,
Wat werdender cappcn op dc hage geleyt!
Gy heeren van Brugge, ick hebt al wel geseyt,
Dus siet nu wel toe, en, met 't meeste geluyt,
Roept: viYc le Geus! eu de Spaengiaerts wt!
Och, ist met my niet qualijck geluckt.
Dat iek so veel gcprecct hebbe tegen de Geuscn!
Ba, ja, sy hebben ccncu boeck vau mijn sermooncu ghedruckt.