Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -459 —
Alva*» derde boetpsalm.
lloe veel voleks , o paus heer,
Dat my benijdt soo seerl
Dees Liuthrianen my quellen
Sy morren teghens mijn,
En sterck te velde zijn ,
Als ketters sy haer stellen ;
Ic hoor daer zijn voorwaer
Veel, die daer spreken klacr:
Vergaen zijn al zijn craclitcn,
Melis en. helpt hem niet,
Paus laet hem iat verdriet,
tPlaccact sj niet en achten.
O inquisici jent,
Die my liicr hebt ghesent,
En my de eer wout gheven.
Dat ick der ketters bloet
Sou brengen onder voet,
Waer is u hulp ghebleven ? —
Ghy laet my inden noot,
A l sou ick blijven doot,
Want 't zijn al apostaten,
Vranckrijek is afghewent,
Englant, 'tis u bekent.
Hebben sy gantz verlaten.
Comt paus, heylighen man.
En slaet, raet uwen ban,
Dapper al mijn vyanden;
Sent my u lioeren-gheldt.
Oft ick sal moeten 'tvelt
Ruymen, met grooter sclianden;
Ick volghde uwen raet;
Den tienden penniuc quaet
Brengt mij tot een ruyne,-
Want ick vind, dat ghewia
Ben tienden penninck is
Der Geusen medecyne.