Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -11 —
Als hy in was mct zijn spaensche lantsknechten,
Eegounen ras te schieten en te vechten;
Een wreede daet, die liet hy daer gcdoogcn.
Mits hy, tot smaet, de Spaengiaerts moort üet pogen,
Zy bruyckten daer ghewelt,
Teghen menich arm helt.
Die zy doodeu fellick;
Dus vele daer, beducht,
Dcerlick namen de vlucht,
Vreesende de doot snellick.
Men heeft geraemt by hondert vijftich doodcn.
Die sy, versaemt, begroeven als de snooden,
lu putten wijt wierpen zij sc als beesten;
Dus wie ghy zijt, wilt volstaudich volleesten!
Och, denckt, wat een gheclach
Was daer op desen dach.
Wat pen sout moghen schrijven ?
Van vrouwen en kinders,
Die lieten haer winders,
Eu moesten, onnoosel, blijven.
Ghy, princen fier, Bossu die macht bedencken!
Al meend' hy hier d'onnooselcn te krencken,
Hy sal voor goet rekeningh moeten wijscn.
Mits hy 't ghebodt veracht en gaet misprijsen;
Daerom , ghy broeders vroet,
Wilt Godt nu bidden goet,
Op dat hy ons wilt sparen.
Nu oock niet en bczwijck.
En van des duyvels rijck
Voorsichtelijk wüt bewaren.
Den grave van Bossu, met de Spanjaerts bloetgierich,
Int iaer 70 twee, April den negenden dach,
Landen hier als vrient, quam maer scholfierich,
Vermoorde veel borgers met jammerlijck geclach.