Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -9 —
Sy daeromme, eendrachtieh,
Hebben de bolwereken gestelt.
Wt Utrecht die catijven
Trocken na den Bril,
Om de Geusen te verdrijven;
tGinck wel na haren wil,
Te schepe trocken sy ras,
Tusschen wege sy vernamen,
Hoe der Geusen schepen quamen.
Dat haer geen blijsehap was.
De Geusen dapper sehoten.
De Spaengiaers namen de wijck,
Aen ant, sy onverdroten.
Liepen door het slijek i,
Te Dordrecht, al voor de stee,
Zy sagen als Mooriancn,
Alsse wt den dreck quamen,
Haer vaenkens sleepten sy meê.
Doe sy te Rotterdam binnen
Quamen al met gewelt.
Een ieder cant wel versinnen,
Hoe dattet er was ghestelt;
Men sachse groote moordt beghaen.
Steden dus, houdt u vasten,
Neemt niet in sulcke gasten,
En spiegelt u daer aen.
O princen, die wt u landen.
Al om de waerheyt claer.
Verlost wt Herodes handen,
Gevluchtet zijt voorwaer;
Valt God den Heere te voet.
Dat hy victorie wil gheven,
En wy so mogen leven.
Om tc be-crven 't eeuwige goet.
I De Geuzen hadden namelijk hiinuc schepen, die zij , volgens Men*
du^a, op den vei rudeil^ken raud van den schout van Vlaardingco , oc-
gsvvapcud hadden achtergelaten, in deu brand gestoken.