Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 2 —
De Vos leyt vele lagen,
Metten Wolf, op dit pas.
Om de Gänsen te verjagen,
Zij loopen daerom so ras;
tEn mach niet profiteren.
Achter is den Wolf lam,
Sy connen de Gans niet leeren,
Dns wordeu sy so gram.
Omdat de Gans thol innam.
De Vos, die heeft so langen
Gebruyct alle zijn macht,
Dc Gänsen opghehangen,
AI door des Wolves cracht,
Maer nu comt de Gans met hoopen.
Die dns lang heeft gebroet,
Nu moet de Vos verloopen,
Metten Wolf seer verwoet.
Van de Gans al metter spoet.
Had de Vos moghen gebruycken
Zijn wil, ende zijn lust.
De Gans had moeten duyeken,
Want de Vos doch niet en rust;
Hy meende onder hem te vercrijgen
Alle macht ende ghewelt,
Maer nu moet de Vos zwijgen,
Ende wijeken wt dat velt.
Want de Gans is seer ontstelt.
De Ganse heeft vernomen,
Met so menich cleene dier,
Hoe de Vos, sonder schromen.
Den Wolf wil senden hier,
Ora haer jongen te berooven,
Nemen de thienden wt den nest.
En ooc van alle schooven
Te plucken, daeraen haer best
Souden sy hebben gemest.
Dese mare is vertoghen
Onder menich voghel eleyn,
Byeeu zijn die nu gevlogen,