Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 23 —
1502.
Dc Hlag der gouden sporen.
1-
M, c. ter, atque bis 1. transfertur dimi Benediclus,
Trancia Curtraci Elandrorum pertulit ictus,
Fraiicorum fortes Curtraci sic perierunt,
Israël ut fortes in Gelbo monte ruerunt.
2.
D bis eum C ter, I bis, tune putruit aether
Francorum morte, quos vincit Flandria sorte.
[„ Het was op den xj dach Hoymaent, op den dach van
der translaciön van Sente Benedictus, omtrent den vij van
der morgenstont, in 't jaer ons Heeren mccc ende twe."
Zoo vangen de oude vlaamsche kronyken het verhaal van
den roemruchtigen dag aan, en zij schilderen hem met een
gloed en leven, een geestdrift en kracht, dat het hun licht
valt aan te zien, hoe het hart aller Vlamingen deelde in
dat bedrijf hunner vaderen, door een hcdendaagsch schrijver
met recht met dat der gelijktijdige Zwitzers vergeleken. Hun
levendig en omstandig verhaal is echt,er te lang om het hier
eene plaats te geven. Dc slag bij Kortrijk of bij Groeningen,
op den aangegeven dag geleverd, draagt, als bekend is, den
naam van dien der gouden sporen, om de vele sporen der
fransche ridders — 700 naar men zegt — den Vlamingen in
handen gevallen, cn als zegeteckenen meegevoerd. De*loem
des franschen adels was in dien slag gevallen, want Eilips
de Schoone, getergd door den overmoed der Vlaming-
en, die zijn stadhouder (Jakob van Chatillon) over de
grenzen hadden gejaagd, had niet alleen onder Kobertvan
Atrecht een leger gesteld van 4i0,000 voetknechten, 10,000
boogschutters, en even zoo vele ruiters, maar genoegzaam
alle fransche graven en baronnen, die in staat waren de
wapenen te voeren, hadden zich daarbij gevoegd; zoo kwa-
men zij op het eind van Juny telüjsel, met het voornemen
om "Wijt van Namen het beleg van het kasteel van Kortrijk
te doen opbreken. Dc Vlamingen brachten daartegen eejj