Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— sao —
Maer doender een lieer quam, die, om zijn verstercken, socht
Gods volck te verdrucken, en wouw Gods wil wederstaen,
Doen moest Pharao versincken, en zijn landt vergaen.
O regeerders, zijt soo wijt van God niet gheweken!
"VVilt, als Zorobabel, vrijmoets voor Dario staen.
En om vrede voor u vaderlandt en volck spreken;
Acht niet, al was Cambiccs wreet vudr dees ghcbleken.
En vreest de waerheyt niet, soo Esdre heeft beselireven;
Al was Neëmias beloghen, hy bleef onversteken
Van Artaesersem, en is zijnen vrindt ghebleven.
En heeft die ontscult zijns voleks standvastieh ghedrevcn;
Neempt hieraen exempel, die God in dit ghequcl spaert;
Bidt hem, dat zijnen geest in sconincks herte mach leven.
Want een wijs., vreedsaem Heere, is des landts welvaert.
Soolang als eonmck Salomen in wijsheden stont.
Voer zijn ghemeynte wel, eu dlandt was voorspoedieh;
Die.smen hem den rijeksten prince, vol vreden, vont,
Eick ionde hem vrindtserap en gaven overvloedich,
Iu onderdanicheyt; maer doen hy, onvroedich,
Godt vergat, ende ooek met oncuysheyt beeuert.
Verweckte Godt Haddad, zijnen vyant grootmoedich,
Dies zijnen scepter daeldcn,' en zijn rijck ghescuert;
Dus dmisbruyek der prineen meest donsculdighe betruert;
Daerom ghij die cepters draecht, oft hebt seonincx machte ,
Bemindt wijsheyt, soeckt vrede, öfter ooek twist ghebuert,
Sijt voorsichtich, ghclooft niet al daeubrenghers dachte,
Uch, dit heeft bedorven menich eerlijck gheslachte;
Maer loont den loftuterc, die u valsehen rel baert,
Soomen Haman deê die hem self in schande brachte; —
Een wijs, vreedsaem Heere is des landts welvaert.
De sieclite waard.
Ghy borghers, hoort al mijn vermaen,
Ick soudc u ghecrne feu besten raen:
Wilt den weert iut schacckbert i vlieden.
} Alva>