Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3S7 —
Is dat u liefde, die glüj t' Nederlaut draget,
d'Iugeboorne plaget, nemende goet of schat, .
End ooc Avilt behouden, want u so behaget,
Dat ele u oorlof vraget, om te besitten dat?
Yan u groote liefde, segt ons Micheas plat:
tYette schaep gy slachtet, 't magere ghij vcraehtet,
Vaut bloet der heiligen zijdij geensins sat. — O^ u, enz,
Baechidcs belooft den Maeliabeën vreede.
Als hij haer stede ereech, brocht hijse ter dood,
Sulex raeeudij, Duedalf, wt te rechten mede,
Ghij gaeft haer ccu snede, die hen u gaven bloot
Om te verantwoorden, eu quamen so in noot;
Wie sou dan u gclooveu, dan om ous te berooven
Yan goet en leven, dwelck u leert dc paus, u hoot
Gods (jenade, enz.
Hebben wij gehcrbercht ons predicanten,
Waerder dan u Santen? gedoopt ous kinders daer
In ons tempels, gcbout aen alle cauten.
Met consent der Danten van Panna, iu dat jaer.
Opperste regcnte der Nederlanden? maer
Haer vals hart doortogen heeft ons al bedroghen,
Dies wij vertrouwen op Gods belofte claer. — Op n, enz.
Ghij stelt ons gracy-tijt als Gods vassale.
Hierna d'eewige quale; — vergeeft, spreekt Christus koen,
Niet sevenwerf, maer tseventich sevenmale,
Dats: sonder getale sal wesen u pardoen
Aen uwen broeder, opdat u, in elek saysoen.
Werden quijt geschouwen de sonden, die u rouwen.
Als sal outÊingen de vrome pahnen-groen. — Gods, enz.
Op God betrout! — de prins vau Oraeugiën,
Zijnde in Almaengicn, God sal stereken ziju handt.
Dat hij sal payseren alle kalaengien,
Den coninc van Spaengiën bewaren zijn pant,
Yernielcn u, bloethont, den vromen een tyraut;
Laet u afgodische naey aen God bidden om gracy,
Gy sult Piiaro slachten, als God ous doet bystant.
Op tc pardon wij niet en achten, enz.