Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -382 —
In. dat heische ghebiet can werpen, met verdriet
En ceuwiehlijck vernielen.
De bisschop, onvervaert, van den Bosch >, wijt vermaert,
Met twee abten beneven,
Is comen ongespaert, in Mey *tmoet zijn verclaert.
Den twintichsten en seven;
De raat werde versaemt van dees heeren voornacmt,
Alsmcn soude ontwieden
Dees sehaepkens wel befaemt, Int secreet ist gcraemt,
tis schandt voor allen lieden.
De dienaers die zijn doen gegaen, met herten coen,
Om dees onnooscl schapen;
Daerna, wilt dit bevroen, zijn sy, al voor den noen,
Ghekleet ghelijck de Papen,
En gebrocht, hoort na mijn, totten bisschop, die fijn
Tusschen d' abten was staeude;
Ele most gemijtert zijn en gestaeft, wat een schijn!
Om 't werck dat daer was gaende.
Dat heylielidom, dat is van hun vingeren fris
Afghesehrapt, in onvreden.
Met een mes, als een vis, en een lock hayrs, gewis,
Hebben sy affghesnedcn •
De bisschop, de sehavuyt, sprack: wy trecken u uyt
Het kleet Christi reehtveerdieh,
dWele u afval beduyt, dat ghy van Christi bruyt
Ghewekcn, zijt onweerdieh.
Een broeder op dat pas, die ooek de outste was,
Sprack doen dus voor hen allen:
O bisschop, hoort my ras, gy weet wel vant gebras,
Wat wilt ghy doch veel kallen?
De bisschop zwoer goetront: God die is mijn oorcont,
lek can niet anders smaken;
Leyde zijn hant terstont op zijn borst, wat een vont!
Om 'tvolck dat wijs te maken.
De bisschop sprac doen, hoort, tottca raet ongestoort:
Wy stellens in u handen,
1 Sonniiis, zie bovcu btadz, 204 t.