Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -380 —
Al verheft hem den Moloeh nu boven Godt,
Soo dat hy vande beter-wetende wordt aengebeden,
Al houdt Festus met die waerheydt Christi zijnen spot,
Seggende Paulo: ghy raest, u gheleertlieyt maeckt u sot;
Al wordt Gamaliël nu wt den raedt versteken,
Ende dat elck vreest der Scriftgcleerden gebodt,
Soo dat niemant de waerheyt en mach leeren noch spreken;
Al lacht sulcx nu, dat weduwen en weesen traenkens leken,
Men moeht noch wel seggen; tcompt anders dan sy meyndeu al;
Dus gevet Godt oppe, hy salt tzijnder tijt wel wreken; —
Al loopt den cloot, wie weet hoe dat hy eyuden sal ? —
Martelaren.
[Vier pastoors: Arent Dirkszoon Vos van de Lier, Sybrant
Janszoon van Schagen, Adriaan Jauszoon vau Yselmoude en
Wouter Simonszoon van Monster wordeu, den 30':" Mei 1570,
in den Haag verbrant; „ het scheen — dat men niet dan uit
drang en met schoorvoeten tot dusdanige wreetheyd voort-
schreed , ook wurgde men de veroordeelden aan een paal eer zij
verbrant werden." Brandt lint. der Reformatie I. 51L]
O Haegh, lustich prieel! ghy maket al te veel,
Dat ghy Godts wtvercoren
Doot, want 'tis zijn erfdeel, ghy verweckt hem gheheel
Tot grampschap ende toren.
Want ghy brant ende blaeckt, En steldt Gods volck
Waerdoor u quaet vermeeret, (mismaeckt.
Dies u verderf ghenaeckt, soo ghy sulcks niet en staeckt,
En van u boosheyt keeret.
Want vier pastoors int lant, die hebt ghy daer verbrant,
Is dit niet te beelaghen? —
Van Iselmont bekant, Lier, en Monster, tis schant,
En die pastoor van Schagen.
Die vroom hebben hacr bloedt, om Cliristi wille goet,
Ghestort sonder bezwaeren,
Dat deed ghy, pausghebroet, dwele ic, met herten soet
Zal singhen cn verclaren.