Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -375 —
Maer hebben een Contract voorghenomen,
80 dat men, onvcrvaert, heeft Gods woort verclacrt.
tWelck heeft verstaen van Parma die vrouwe,
lloe dat deu adel voort wou hebben, met aeeoort.
Dat elek zijn gheloof vry leven souwe.
En dat om Gods woort niemant sou zijn vermoort.
Zy seyde den eardinael dees travaille;
Die song met eenen voos , als papegayken boos,
Hij schold al den adeldom voor canaille,
Guyten en boeven loos , hooch en leech, altoos.
éy werden te hoof ontboden tsamen, »
Daer sy ooek seer heus, van herten eoragieus,
]Meest alle met macl en palster quamen, 2
Want Vive-le-Geus was alsdocn haer leus.
Daer heeft elek den coninck trou gezworen,
En dat al totter dood, of tgoet te worden bloot,
Daerom soo creech t'papegayken toren,
Hy vloog, met haesteu groot, al na den paus zijn hoot. ®
Die gemeynte wt allen steden
Hinghen den adel aan, die wouden haer bystaen,
Üm hout of steen niet aen te beden;
Men saclise ooek, seer saen, al te neder slaen.
De regeute, die creech veel gaven.
Dat men iut openbaer, Gods woort sou spreken daer:
De Geusen, die wilden de mis begraven,
Het viel den Papen zwaer, liepen Madame naer.
Sy gaven haer ghelt om sulcks te wreken ^
Al su eken goet begin viel JMadame wel in,
Liet kereken bouwen en weder breken,
Al nae der lieden sin, dies creechsy niet min.
Ghelt en goet creech sy met hoopen,
Want zijt al toeliet, al watter is gheschiet;
Papou (fit sach, giuek nae lloomeu loopen,
Verzweech daer zijn verdriet het Papegayken niet.
1 Zeer vrije voorstelling; het was erjver van dat de edelen outLfiden
verden.
2 De edelen kwamea ongewapend; sic de Nederlanden onder Filrps-
n bl. 40 eu 276.
3 Granrelle trok bij ziju afreis eerst naar Borgondië en daarop tiaar
Rome.