Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -372 —
van Alva, daerin hy hem noemde synen welbeminden sone,
eu schonk hem een seer kostelyk gouden sweerfc, en gouden
hoed met vele gesteenten beset, en by den paus geconsa-
creert en gewijt, daermede hy hem vereerde, als eenen voor-
naemsten voorstander en beschermer der Koomscr Catholijkc
religie, en verdrucker der ketters."
„ Daer werd ook een Latijnse pasquil gestroit en op som-
mige plaatsen geplekt, daermede dit senden van het sweerd
en hoed bespot werd. Doch so men geweten hadde den
auteur, gelove wel dat het hem niet ten besten cn soude
hebbeu vergaen. dinhoud deser Pasquil was als volgt":]
Den Paus send Duc d'Alf een gulden swaert,
Om de Geusen te maken vervaert;
Ja, omdat den bloedgierigen Tyran
Daermede sou ombrengen wijf en man,
Die God vresen en dienen van herten fijn,
En om de religie dolen en in smerten sijn;
Dees benedictie is tot Brussel gekomen,
Van den heischen vader, den Paus van Bomen.
So send den beul totten beul fenijnig,
Den rover totten rover grijnig.
En den dief totten dief sijn schone gaven,
Opdat hij dacrde met bloedt sou laven.
Alv.a*8 standbeeld.
Wie dat sieh selfs vei-heft te met.
Wordt wel een armen sleter,
Duc dAlf, uw beeld, tot spijt geset,
Ware afgebroken beter;
Uw boose dacd, Die gij bcgaet,
!5ij allen toch ontijdig is,
Eu strijdig is Met onser landen staet.
Doch 't schijnt gij nergens naer en vraegt,
Ghij wilt het al verscheuren;
Maer die daer doet wat God mishaegt,
Sal 't eynde noch betreuren;