Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -363 —
Eu al dat ovcr seevcn jaer oudt wacr.
Dat sou die doot bcsorgheu.
Die lausknecîiten, op siute Margricfeu poort.
Die hebbeu dat op die muureu ghehoort,
Sy riepen met luyder stemmen:
Al waer den prins uoch vienuael soo stcrck,
Soo en cost hij Luyck niet ghewcnnen.
Doen reedt den bischop op die mcrck i,
Spreecken met den borgheren in 'tperk,
Uft't sy uiet en wilden vechten.
Al teghen den prins, met zijnen aenhanck,
"Wilden strijden, ende sijn knechten.
Doen riepen die borghers overal:
Ja, ghenadighe heere, tot uwen beval.
Bij uwe ghcnade tc leven en te sterven,
Ghetrouwe te vechten nacht ende dach.
En sparen lijff noch erven.
Doen hielen die borghers een scherpe wacck , '
Ende houden die stadt daer se was swaeek.
Bij daghen ende bij nachten.
Die borghers en knechten eendrachtelijck,
Sij wouden die kans verwachten.
Die gecstehjckhcit quam op te perck,
Sij waren wel dry dusent sterck,
Ghewapent als vrome lansknechten.
Dus teghen den prins al van Orangiën,
Zeer vromclijck te vechten.
Doen reed die bischop op die waeck,
Tot zijnen lansknechten dat hy spraeck,
Dat sijt souden versinnen.
Al om te vechten teghen den prins.
Die daer wou comen binnen.
Doen riepen die lansknechten, welghcmoedt :
God den Heere bewacr ons voor tegheiispoedt,
1 „ Groesbeek de sou coté, veillait avec vigilance et énergie, à la
défense de la ville; accompagné des chanoines delà cathédrale, il parcou-
rait les rues et les remparts, exhortaut les bourgeois, de la parole et
de la main, a défendre vaillamment leurs foyers, leurs familles, leur
fortune , leur patrie, et plus que tout cela leur religion et la cause de Dieu
et de l'église ,ald. Xll>