Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -361 —
U vrouckcns haddense wel wien landen
Verdreven, soe sy voertijts wel hebben ghedaen i j
Sy en hadden loeh ernyt noeh loot in handen,
Mer ghy hebt hnn van als ghenoeeh byghestacn;
tWaren al vrinden, soe ghy doet vermaen ,
tWas al den prins van Orangiën, aehter en voren ;
Oeh waer hy te lande, soe waert al ghedaen !"
Dat was allen u roepen, soo men mocht hooren,
Giiy hadt hem boven uwen heere vcreooren.
Dus ic wel segghcn mach, na mijn bekin :
Die daer quamen om Goedts ghemcente te versmoeren,
Die dopten voer Brucstcm poort, sy mochten wel in.
Alderghenadichste Prince, Godt almachtich,
Wien aller menschen herten zijn bckint,
Maeckt ons, arm sondaers, u gracie deelachtich,
Opdat wy niet ketterlijck en werden ghesint;
Bewaertse ooc, heere, dies niet en hebben verdiut.
Opdat die onschuldighcn niet en betalen ,
Maeckt datse niet en zijn siende blint,
Die tsweert der iusticie dus laten falen;
Want doer slappe iusticie sietmen dalen
Allen quaet, soemen daghelijexs siet,
Hadmen in tijts, vrij , sonder dralen,
Het oncruyt der ketterijen wtghewiet,
Soe en waert tS. Truyden dus niet gheschiet;
Dus sog ick als voeren , ia, meer noch min:
Die Godts religie waenden bringhen iut verdriet,
Sie dopten voer Brustem-poert, sy mochten wel in.
Deditio sive ingressus:
ter qVInas LVCeis oCtobrI Ubl protVLIt ortVs,
eXCIpIt aVralCas Vrbs tVa, trVdo, ManVs.
• ,
dVer dnlldICh saet Van die gVezen qVaet,
Is sint trVIden ende hVn prclaet gheLeVert deVr sMaet,
Iu oCtobrI don Vllfthleusten daCli.
1 Zie hiadc. 119.