Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— -356 —
Ghcdenokt der papisten, die, groot en smal,
Ilaer als spaensche ezels lieten ghcbruyeken,
Meynende daer Gods woort te doen Inyeken.
Prineelijeke God, laet u eens ontfarmen.
En wilt over ons vaderlant erbarmen,
Dat uwe waerheyt daer niet blijf versmoort;
Verdrijft die afgoden-dienaers diseoort,
Dees vreemde naey, die u noch niet kennen,
Opdat de vrome, Heer, niet van u wennen.
Krijgslied.
[Wij plaatsen dit lied, waarbij geen bepaalde dagtceke-
ning is aangegeven, hier, daar het ons op dezen tijd het
best schijnt te passen; de ongelukkige maker, Arcnt Dirksen
Vos, pastoor in de Lier, werd op zijn zeventigste jaar, den
30sten Mei 1570, met drie andere pastoors, in den Haag
verbrand.]
Slaet opten trommele, van dirredomdeyne,
Slaet opten trommele, van dirredomdoes,
Slaet opten trommele, van dirredomdeyne,
Vive le G^us, is nu de loes.
De spaensche pocken, licht als snceu-vlocken,
De spaensche pocken, loos ende boos,
De spaensche pocken, onder 's Paus rocken,
De spaensche poeljen groeyen altoos.
Dc spaensche inquisici, voor Grod malici,
De spaensche inquisici, als draeex-bloet fel.
De spaensche inquisici gevoelt punici,
De spaensche inquisici ontvalt haer spel.
Vive le Geus, wilt christclick leven;
Vive le Geus, hout fraeycn moet;
Vive le Geus, God hoed u voor sneven;
Vive le Geus, edel christen bloet.
De paus en papisten Gods hant doet beven.
De paus en papisten zijn t* eynden haer raet;