Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 343 —
Dus wilt met my, tot zijader eer,
Een danckbacr liedt nu singhen;
Want wonder wraeht zijn sterekc hant,
Hy heeft zijn volek ghedaen bystant,
In het landt van Grocuinghen.
Op den dryentwintiehstcn Mey,
Des avonts na ses uren,
Soo wert ghehoort een groot ghesehrey,
Van alle den nabueren,
t'Heyligherlec end dacrontrent,
Daer Godts ghcnade wert bekent,
In zijnes strijdts wtvuercn.
Graeff Lodewijek tooch, wt den Dam ^,
Nae dees voorseyde stede,
Zijn broeder Adolif met hem quam,
Graeff Joost Schouwenburch 2 mede,
jVIet menich lantskneeht onbeducht,
Alst scheen, soo namen sy do. vlucht.
Het welck haer voordeel dede
Zy sochten een bequacm slachvelt.
En vondent voor Winschoten,
In vijven is 't slachoord' ghestelt,
Door Goodts raedt welbesloten,
1 nam. Appinga-dam. ,, Gi-aaf Lodewijk ziende den — min gunstigen
uitslag der sciicnnntselinf» met de spaanscho haakschutlers , en dat de
gesleldlieid van deu grond geen gelegenheid gaf er zich zeker to stellen,
uoch zich gemakkelijk versterken Hel — daar de plaats open lag , omdat
de muren geslecht waren in 1536 — besloot die stelling te laten varen ,
zich drie mijlen van daer begevende bij eene abdij, Ileiligerlee genaamd;
belgeen in het Spaansch eene hooge en heilige plaats beteekent, daar zij
eenigzins hoog ligt met betrekking tot de overigen/' (t^ern. de Mendora
Commentarws, p. 47),
2 Die later der vrijhcidsraak zeer slechte diensten bewees; zie Winse-
mins , Herum Fris. libri VII. p. 153.
3 ,, De graaf van Arenberg — de friesche stadhouder — meenende
door de schermutseling van den vorigen dag, dat de oproerlingen vlucht-
ten, en dat er geen meeidcr volk noodig zijn zou , dan hij bij zicli had,
noch dat hij den g?aaf van Megen — die hem uit Gelderland te hulp was
getrokken — behoefde af te wachten, zoo zij zich slechts niet verschansten ,
trok hen met denzelfden spoed na" .... (ald.). — ,, Als nun die Spanier
solcfis abzucks (so einer einer flucht nicht ungleich geschienen) gleichlals
auch der erregten Meuterei unter den knechten (van dc vorige dngen)
inneworden seint, haben sie — zum eüendslcn — nach geeilet," (Be*
licht in de Jrchii'cs , lU. 222).