Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— IG —
Des graven van Benten dochter was hem gegeTen,
Die troude liy tot eenen wive;
Des wilde Gheert van Yelssen vrolic leven,
Des graven van Benten dochter was hem gegeven.
Doen die feeste was ghedaen,
Gheert van Velssen hadde al vergheten,
Die grave van Hollant screef hem an:
Een woert willic met u spreken.
Gheert van Velssen sat op siin paert,
Hi seiet van siinre scoenre vrouwen.
Die grave sinde hem metter vaert
Tot Berghcn in Henegouwen.
Des anders dacchs, bider noenen,
Toech die grave te Velssen touwe;
Anders en haddi daer niet te doene,
Dan te seoffierene die seoene vrouwe.
Die vrouwe riep: cracht ende ghewelt!
Wat doedij edele lansheere?
Waer dus een ander op mi ghestelt,
Selve metten live soudiit keeren.
Haer gherochte en halp haer niet.
Si moeste liden dat men haer dede;
Die grave vander vrouwen seiet,
t Utrech toech hy, in die stede.
Het en leet niet vij dagen,
Gheert van A^elssen en quam uit Henegouwen
Niet langhe en letti in sGravenhage,
Hi en toech tot siinre scoenre vrouwen.
Tegen plach si hem te comen,
"\\illecome heeten haren heere;
Nu en heeft hise niet vernomen,
Des bedroefde hi hem harde secre.