Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 336 —
Laes, daer werdt Nobclken dan buyten ghesloten,
Dan en helpet huylen, bassen, noch snauwen,
U bellen noch gheborduerde marotten;
Dc swarte boone met des arents klauwen.
Sullen nu t' samen eeu bierken wel brauwen,
Dat u de graveele noch sal betrapen;
Al magh men u wat ouder 't kiunecken krauwen,
Suleke aceidentien volghen met de bijt-schapen.
O Nobelken, arm slave der papen,
Siet waervan ghy u hebt laten belesen!
De menschen siet men der menschen wolven wesen.
Prineelycke Nobels, eertijts hooghe gheacht,
Moetdy nu van den os op den ezel dalen,
Ende u hooghe spitse vallen in de gracht!
Denckt, heelt Godt geen gheldt, hy is van suleker maeht,
Dat hy alle dingh met ware kan betalen.
Ghy hebt Gods woordt verdreven uyt u palen,
Gheworeht, landtvluchtigh ghemaekt Christi leden ,
Die den koning swoeren als zijn vassalen,
Met lijf en goet, in aider ghetrouwicheden.
Behoudens alleene d'Evangelie des vreden.
Dat ghy genaemt hebt cen nieu valschelyk leeren; —
Nu suldy moeten sien en lyden in alle steden.
Die u onachtsaem sullen overheeren.
Dieven, vrouwenschenders, met ander verseeren;
Maer, al werdet quaet voor goet by u ghepresen.
Met ons moet ghy spreken — hoe kondy 't keeren ? —
De menschen siet men der menschen wolven wesen.
II.
Waer bjijft ghy nu, ghy boos gheslacht?
Ghy die uwen God hebt veracht.
En Christum gansch ghemist?
Weet dat ghy nu ter werelt verwacht:
Tfy, tfy u pardonist.
Al om u scliandelicken sin.
Hebt ghy wederom ghedronken in.