Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 326 —
2® Lesse.
tHindert mij seer lange te leven,
Mijn ziel uut vreese begint te beven,
Men siet ons broers vanghen en spannen;
Brederode, ons Heere, hooghe verheven,
Met al zijn jonkers zijn nu verdreven;
't Moet er al rumen, vrouwen en mannen,
Al wat niet geruumt is werd uitgebannen.
Te Home en vinden wij noch troost en gratie,
üm spreken en hebben wy self geen statie,
Jube Domine, dat men spijse beree.
Kiekens, kandeelkens, met lecker gasten,
Eeten wy vrijdachs en in den vasten,
3« Lesse,
Manns tuae Domine en ook de myne,
Hebben die papen gedaen vele pyne,
tEn mocht ons al niet profiteren;
Wy smeeten die beelden al in santyne,
Vcel kerken brachten wy te myne.
En Gods dienst hielpen wy blameren,
Hoe zullen wy durfven compareeren.
Tot onser excusie voor prinsen en graven?
Wy lopen verloren als aerme slaven.
Nu Christenen, wy bidden u.
Bid voor ons den coninck nu.
Dat wy elkaudere altijd verhueghen.
En leven eendrachtich naer ons vermucghen.
Versus.
Dies is de lege, dies is dc zee.
Veel zijnder alomme in Gods gelee.
Dat de Geusen niet en verdragen.
God geve zijn gracie hemlieden been.
Opdat zy moghen groot en kleen,
Bekeeren ter waerheit met zuchten en klagen.
Opdat van ons al, int gemeen,
Geweert moghen zijn alle de plaghen.
Amen.