Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 324 —
Onse kerke viel geheel in santijne.
Rekeninghe, enz.
Wj doopten, wy melden ook sonder respijt,
tGeduerde een seer korten tijt.
Men ghink het doen seherpelijk verbieden i,
"VVy teighen de papen door haet en nijt,
Maer als wy twel aensien, breed en wijt,
tWas sonde, dat men tliet geschieden.
Rekeninghe, enz.
Laet ons al tsamen met eenen moet,
Gaen vallen den coninc van Spaigne te voet,
En God bidden om zijn genade;
Wy hebben gelopen als honden verwoet.
Gestolen, gefcoken der kerken goet,
Wy dachten twert nu veel te spade.
Wy moeten betalen metten lijfve,
Rekeninghe van sulcken bedrijfve.
Den Psalm.
Verba mea raet dese seer reene,
Wy Geusen blijven in druk alleene,
Wy hebben gelopen soo menich voiage,
Maer meestal ons goet blijft in otage;
Wy liepen, wy heeschten met grooten labeure,
Men achten ons voorstel niet een leure;
Wy verlieten ons op jonkers en heeren,
Maer dat sijn de eerste die ons de rugge keeren;
Men liet ons predikanten hebben bij hopen,
Nu wil men se al aen een galge knopen.
Ons capitein. Jan Denijs hoghe verheven,
Is te Brussel aen een galge gebleven,
Wy doopten, wy melden, wy zongen de Salmen,
Men schiet ons alomme nu in de palmen;
Wy braken, wy roofden veel cloosters en kerken.
Nu wilt men ons loopen na onze werken;
t „Slib in. anni 1567 Gubernalrix mandavit, uti et coraes Egmondus,
per Flandriam exercitia omnibus Gensiis interdici."