Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
Ir
11
I
— 320 —
Waer treckeu of gaen; \vy zijn confuys,
Dus en is clit ons gheen eleyn cruys.
Och, hadden wy dit al wel bedoeht,
Als wy sulck een goet werck bestonden,
Dat wy met lijden souden zijn besocht,
tSou ons niet wesen soo harden wonde;
Maer wy dachten al, God hadde ghebonden
Den duyvel cn paus, metten beestelijeken staet;
Dan contrarie blijct, eylacen! jaet
Want gheen arbeyt of hout, verstaet dc leus
En is dees tyraunen nu te diere.
Om galghen te maken, daer soo menieh Geus
Ku aen moet sterven, bin desen quartiere;
Al begheeft ons tgholuck in deser manieren,
Sy en hebbent niet al ghewonnen, liier op acht,
Hy schreyt noch wel, die nu voren lacht.
Oorloff hiermede, vrienden' eersaem ,
Ende wy hopen noch (gheseyt ten fyne),
Als Israël te eomen wt blaem.
En papa Leo sien gaen te ruyne;
Al zijn wij nu, te desen termyne,
Li Baby'onicn cen gheeken-spel,
tie alsoo ghebcurt met Israël.
Der Geuzen Uitvaart.
Gives catholici Ipris laetati super Dei gratia, quod Geusii,
impii homines, mox e eivitate pellerentur, cecinere eanti-
cum Domino, exequias nimirum Geuseorum in hunc mo-
dum, vernacula liugua et tono:
Venite, laet ons gaen zinghen Requiem,
De Geusen zijn al geworden tem,.
Zij zvjn t'Ipcren gebleven metten laste;
Wij hoorden eerst preken bij Wulverghem,