Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 14 —
Heeft hij se mildelijek ghepriviligeert,
Eüde 't Peeter-manschap dacrtoe gheconfirmeert.
1 In Liraburg namelijk was het mannelijk oir in hel jaar 1280 uit-
gestorven , 60 bleef er slechts eene, met Reinout van Gelder gehuwde»
dochter over; zoodat een broederszoon , Adolf II van Berg, de naaste
aanspraak op Limburg had; bij verkocht zijne erfenis aan herlog Jan
van Brabant (1283).
2 Weeringen, boneden Keulen, waar, den 5 Jimy 1288, de voor
Brabant gunstige slag geleverd vrerd. Hendrik vau Luxemburg, die den
middeltocht van de gei Jersche bondgenooten aanvoerde, viel, en zijn dood
besliste het pleit. Ileinout van Gelder en de aartbisschop van Keulen ,
■werden gevangen. Liraburg bleef sedert aan Brabant.
1296.
fSraaf Tloris van Ilollanfi.
Doe men mee ende xevj scrcef,
Doe waest dat grave Plorys bleef;
Op sinte Jans avont wart liy glievaen,
Op sinte Pielers avont wart hij verdaen;
Gheryt van Velsen deed metterhant
Bij Middelburch ^ in Goylant.
1 Lees: Miidci'borch , zoo als de kroniek eelve zegt.
[Nopens Graaf Floris' moord, en de aanleiding tot die euvel-
daad, blijft er bij de karige berichten ons van tijdgenoo-
ten geworden, steeds veel onzekerheid; samenzweerders
en dader zijn bekend, en omtrent het feit zelf zijn ons
uitvoerige inededeelingen opgeteekend, maar de omstandig-
heden die hen tot den gruwel dreven, zijn ons slechts ten
deele overgeleverd, en moeten door gissing worden aangevuld;
de kroniekschrijver, die het minst achterhoudend was, in
het opteekenen van zijne en zijner tijdgenooten meeningen
omtrent de aanleiding tot 's graven dood (Lodewijk van
Velthem), schynt ons echter de meening te onthouden, die hem
het waarschijnlijkst voorkwam i. Zoo veel is zeker dat
I Pfa het verliaal van den moord des graven zegt hg:
Aldus düGu die Hollanders verslaen,
Enlie Vrlescn oec, sonder waen,