Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 319 —
Beyde dese stuoken aboliceerdeu,
Dies dc vromcu iu seer corter stondt,
Siende dat wy de beelden soo raseerden,
Godts woordt te predicken sy triumpheerden,
Met iolFsanglien te singhen in dat pleyn,
Want een grooten yver was daer certeyn.
Den rechten Paesschcn hielden sy, ziet,
Met den coninck Josua hooghe gheprescn.
Die in derthieu hondert jaren niet
Soo reyn ghehouden is, alsoo wy lesen,
Met auder ceremoniën daertoe by desen,
Als doopen, trouwen, eu begraven de doon,
Sonder te nemen van sulcke dinghen loon.
Maer Godt, die wonderhjck van rade cs,
Heelt om onse ondanckbacrheyt ghemeene,
Die laeten nemen, soot blijckt expres.
Dies wy nu sitten in grooten gliewcene;
Want ons eyghen water, neemt dit te bene,
Moeten wy koopcn, vrienden ydoon,
Maer straffinghe is der sonden loon.
Want onse hope, die hadden wy ghesteldt
Op heeren eh vorsten, groot van staten,
Ende oock hier op der cooplieden gheldt;
Maer alle dese hebben ons nu hier verlaten;
Dan tis loon nae werck, want al ons praten
Was van Oraengiëns gheweldt en Breeros macht.
Dus ist wel weert datmen ons belacht.
Dacrommc soo raede ick met Davidt fier,
Dat niemant zijn betrouwen en stelle
Op heeren of vorsten, of menichte hier,
Want al dit can God haest nedervellen,
Alsoo hy bewijst met dit voortstellen;
Want alle die ons hier hebben voorghcstaen,
Moetent verloopen, of worden ghevaen.
Dies wy nu hier, met versmaetheydt groot,
In vreemde landen moeten vheden,
Bespot, versproken, in honghers noot,
Want ons broot te winnen sy verbieden;
Dies en weten wy nu, o arme lieden,