Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 212 —
„ Waut daer eu was noyt niemandt in al -©ns leven,
Die eens begeerde te kussen onsen "mondt,
Nochtans wilden wy ons ooe wel ten liuwelieke begeven;
Begeerde ons yemant, wy coucenteerden terstont.
Al waren ooek alle de kloosters in den grondt,
Wy en sliépender niet om eon liayr tc mes,
Enter eeren van thuwelijc, wedden wy, voor hondert pont.
Dat Christus ter bruyloft was, eu noyt iu geen profes,"
1567.
Oranjes vcrirek.
[„ Le prince fit prévenir la gouvernante, le G Avril,
par le comte de Hoogstraten qu'il se disposait à quitter
Anvers. H partit en effet le 11, pour Brécla." (Gachard,
Corresp. de GuilL le Tac. 11. (xix). „Guillaume allait
bientôt n'être plus en sûreté à Bréda, car Phil, de St. Al-
degondc, S»*, de Noircarmcs, venait d'arriver à Turnhout
avec les troupes qui avaient réduit Valeuciennes et Maes-
tricht. Il se mit en route le 22 Avril, avec toute sa mai-
son , se dirigeant vers Grave ; dc là il se rendit à Cleves,
et enfin à Dillenburg." (Aldaar clxi). „ Het vertrek van
Oranje maakte een diepen iudrak op de reeds hevig ont-
roerde gemoederen. Er steeg een noodkreet uit Neder-
land op, als ware, door de verwijdering van dat schrander
hoofd, alle vooruitzigt op redding verdwenen. Vele dui-
zenden van allerlei rang en stand namen de vlugt, liever
als ballingen iu armoede willende rondzwerven, dan hier
een gruwelijk lot verbeiden." (P. Scheltema, Hendrik van
Brederodc te Amsterdam in 1567, bl. 86.)
Gy, Christenen allegare,
Wat nieus wordt u bediet,
Ai van een droeve nieu-maro,
Dat tAntwerpen is geschiet?