Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 310 —
Sal ick u comcn groeten,
En' segglien, als mater : Goeden dacli, lieve patcr ,
Begeert gliy wat water, Om wasschen u snater ï
Wat dient hier meer geseyt? —
Ja vragen, met stuyjien: Belieft u tc suypen
Een eyken, versch geleydt?
Dus, princelicke patcr fraey,
Al moeten wy spenderen,
Ons rolle krygt noch haren dracy,
Wy sullen nocIi bancketereu:
Want heeren en graven, Sy ryden, sy draven,
Als knechten en slaven, By nachten by dagen,
Voor ons kloeck inden strijdt;
Wy hopen de renten Van onse conventen,
Te krygen in korter tijdt.
Kloosterleven.
Een kort-, die, vet paterken, laetst zijn nonnekens ondersochte.
Oft sy nict besmet en waren met Geuserije,
En vraegde int ronde wat haerlicn dochte.
Dat ment geestelijc verjaegde, en haer goet verkochte,
Daer sy sachte op leefden in voorleden tije? —
„tJac, seyder een jong nonneken, ick ben immers blije,
^ Want ic mach nu huwen, ten besten dat ic kan."
p; tIs goet sprack de pater, en wat seghde ghije,
Suster Peternellekeu , hevet u niet an ?
„ Ba! neent, pater , ic heb ooc liever eenen man,
Want ic was gekloostert t^en mynen wille."
Doen vraegd liy noch een auder, die daer sat en span ,
Wat sy er af seyde heymclijc, al stille ? —
„Jae, jae pater, kust my eens, en raept mijn spille,
Swijgt doch van vragen, ghy weet m'cI hoe 't es;
Hebt ghy noyt gelesen met uwen brille,
Dat Christus ter bruyloft was , en noyt in geeji profes ?" —
* tls wel, sprac de patcr, ghy hebt recht, mijn kare,
Maer men wiste doen van geen kloosters tc spreken ,
Ic hoore wel, ghy wildet oock wel huwen te jare. —
„Ba pater, ic wilde ic oock alree gehuwet ware.