Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 305 —
Welk was S. Goddelieve,
Geheel in den Noort-hoeek.
Te Liswege, dat Noort-Vrije,
Was een lieve Vrouwe van ouden tije.
Die men omme droegh souder letten.
Met geklane van trompetten,
tVole desolaet ging int lijnwaet,
Somtijts half doot van koude;
Wast niet een sotte daet? —
En sint Lenaert te Dudsele fraey.
Droeg men ooe omme sonder dclaey.
Dat deden de kuypers van Brugge;
bom vielense over rugge,
Dronek en versmacht, ja in een gracht,
Dan wierden sy, als swyncn,
Op wagens thuys gebracht.
Dus waren d'ouders verblint,
En totten houten God gesindt;
Die kleeden dees houten blocken
Dickmacl met tluweelen rocken;
Men sagh wijd en breedt, hoort dit bescheet,
Som heten sy Gods arme leden,
Naect gaen en ongekleedt.
Oorlof hier mede in swerelts kot,
Dus was 't volck geleyt tot den Afgodt,
Daer hy ons diere heeft verboden:
En dient geen vreemde Goden;
Vermaledijt, soo schrift belijdt,
Soo sal den maker wesen, die s6'eert ofte snijt.
Paus en AntikriHt*
Antéchrist is gheboren.
Dat rijcke Gods wil hy verstoren,
En maken onvree ;
Wten duyvel is hy geboren.
Zijn dienaers mee.
20