Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 291 — .
Waerom sijase teghea den paus in glieselülle? —
Ompt Conciliums ' vyilla
Wat wilt den paus met het Concilium schaffen ?
^ Haer valsheyt te straffen.
Waerom vreesen sy int Concilium te terden ? —
Om niet bescacmdt te werden.
AVaerom waren die Ghuesen teghen 'skeysers plackaet? ■
Doer hunnen raet.
Soudt u niet verdrieten met my te eallen? — Niet met allen.
Soudt ghy my op alles willcu ghoricven? — Na u ghclieven.
Deze nieuwe predicanten, wat sijnt voer üuyters? —
Grote stuyters.
Wat beroemensc haer te bringhen voert ? —• Godts woerdt.
Eest Godts woerdt dat sy hebben ghestelt? — Ja, ghewelt.
Haer adherenten, wat zijnt voer ghesollen ? — Rebellen.
Wat soecken sy te niete te doen na hun alliancie ? —
Gocdts ordinantie.
Wat es Goedts ordinantie na u bescheyt? — dOverheyt.
hun leeringhe oprecht in als ? — Dicwil vals.
Wat es teint van hun predicatis ? — Groote blammacie.
Wat hebben sy ghesaeydt breedt en wijdt ? — Haet en nijt
Haer Salmen-singhen eest oeck met Godt ? — Jaet, in spot.
Comeu sy oeck met Davids Sahnen overeen ? — Och neen.
Wat singhen sy dan als sy dy nooten setten? —
Hondert netten.
Eest Godt oeck aenghenaem suleke rallen ? — Niet met allen.
Wat soecken dese beltbreeckers, dat wilde ic wiste ? —
Die kiste.
Waerom die kiste, dat my vertelt ? — Om het ghelt.
Wat sijn alsulcke, na u believen ? — Groote dieven.
Wat salmen met sulcken schaffen ? — Mer, derlyek straffen.
Is de palsgrave doverheit van dit gheslachte? —
Niet en dachte.
Wat is den grave vau Egmont na u verstaut? —
Hun adversant.
1 van Treiitcu.