Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 11 —
zienlijk losgeld vrij. Jan van Avennes, aan wien "Willem
Zeeland in leen had gegeven, liet eehter van zijne aanspra-
ken nog niet af, tot dat in 12G0 de roomseh-koning Ri-
chard van Engeland er ^Margaretha oi nieuw mede be-
leende. ~ In 1823 eindelijk kwam Zee and ais graafschap
aan Holland, bij de vredesbepalingen tussehen Willem III
van Holland en Robert III van Vlaanderen.
Een tweede jaardichtjen luidt:]
Bis sexeentenus domini quadragenus (?) annus
Et trecentenus (?) tibi, Elandria, vukere plenus;
Tune Zelandia te vieit, censum tulit a te.
Et prima mensis Julü fuit Iiie ferus hostis.
1258.
Boudewijn van .Ivennes voor iVanieu.^
[Na den docd van Yolande van Namen (1220) was haar
zoon Eilips (van Courtenay) haar opgevolgd, cn daarop (1225)
diens zuster Margaretha, de echtgenoot van Hendrik II van
Luxemburg; beiden, zij en Hendrik, werden er in 1237 door
Boudewijn van Koustantinopel, Yolandes oudsten zoon, uit
verdrongen, die het daarop in 1239 aan Eraukrijk verpandde.
Willem van Holland had intnssehcn, als roomsch-koniug,
Jan van Avennes met Namen beleend, en deze zijne rechten
aan Hendrik van Luxemburg afgestaan j van daar de
strijd van dezen laatste, daarenboven door de oproerige
Namenaars te hulp geroepen, tegen Namen en Maria van
Brienne, Boudewijns gemalin, die door de edelen uit Cham-
pagne, onder hare beide broeders. Jan cn Lodewijk van
Brieime, werd bijgestaan, terwijl ook Margaretha van Vlaan-
deren haar zoon Boudewijn van Avennes met een leger tot
ontzet had afgezonden. Boudewijn (v. Av.) echter weifelde
en vertraagde verradelijk, in plaats van hulp te biedeu en
Hendrik aan te tasten. Hij verbitterde daardoor Maria's bond-
genooten, en was dc aanleiding tot hun vertrek. Ten afscheid
lieten zij hem en zijn leger het volgende lied:]